Sibiu Cycling Tour
11 juli 2024 - Sibiu, Roemenië
De Habsburgse stad Sibiu, ook wel Hermannstadt genoemd, ontvangt in juli een internationaal peloton dat in vier dagen de prachtige deelstaat mag doorkruisen. De wereldtop is aanwezig en ook ik ben erbij. Mijn derde meerdaagse op profniveau. Mijn grootste tegenstander blijkt niet een andere renner, noch een berg, noch de tijdslimiet, maar Helios. De brandende zon in het binnenland van Roemenië. Het niet-zomerse weer in Nederland heeft de kans om te acclimatiseren verminderd. Nadat ik twee dagen heb gesukkeld met vierkant draaiende pedaalomwentelingen, verkrampende aanhechtingen en ontploffende spieren, begin ik er langzaam aan te wennen.
De koninginnenrit is 208km lang en eindigt op een beklimming van 26km. Door deze reus lijkt de rest van het hoogteprofiel vlak. Colletjes waar menig toerist in Nederland speciaal naar toe zou rijden om die te trotseren tellen hier niet mee. Het romantische veertiende-eeuwse Piata Mare in Sibiu staat vol met rennersbussen, campers, ploegleiderswagens en hekken. Op een terras met sproeiers tik ik een dubbele espresso naar binnen om het lichaam wakker te schudden.
Het eerste uur kan prima worden samengevat door de zin: ‘Zestig is het nieuwe vijftig.’ Dit gaat niet over de leeftijd van menig midlifecrisis fietser, maar over het aantal kilometer per uur dat we afleggen in dit profpeloton. Eindelijk na een klein uur is de kopgroep vertrokken en controleert de Noorse ploeg UNO-X het tempo in het peloton. Achter deze ploeg van de leider zitten profploegen zoals Lotto en Bora. Achter Bora zitten wij. Vloeken tegen de hiërarchie in het peloton. Getolereerd uit sympathie of medelijden van de grote mannen, het maakt niet uit, wij zitten er alsof we er al jaren zitten en het geeft verdomme moraal. Drie uur lang zit ik in het wiel van een renner van Bora. De zon brandt fel en elke druppel die mijn voorganger over zijn hoofd spuit probeer ik op te vangen door de rijwind. De focus op het achterwiel voor me. Geen oog voor noch weet van de Unesco werelderfgoed kerken die we zijn gepasseerd. Het landschap lijkt eeuwig te glooien, totdat het uitzicht stuit op bergen die de horizon vullen. Alsof Frodo ineens de berggrens van Mordor ziet en weet dat hij erover heen moet, zo voel ik mij ook. Nadat onze enige resterende klimmer, na het ziek uitvallen van onze andere kopman, enigszins goed voorin is afgezet aan de voet van de slotklim kies ik een tempo.
De weg kronkelt tussen de bomen door van haarspeld naar haarspeld. Een paar honderd meter voor me zwalkt een groepje renners. Langzaam peddel ik er heen. Ik herken een gestalte. Een dunne gebolde rug, ellebogen een beetje naar buiten. Er wordt wat gepraat. Een Italiaan puft en probeert nog enkele druppels vocht over zijn helm te spuiten. Tevergeefs. Zijn bidon laat hooguit een natte scheet. Twee andere renners praten over het mogelijke spotten van bruine beren. De man met vier Tourzeges hijgend in mijn wiel. “It is so hot eh” zeg ik. “Damn, yeah.” Een dialoog kan je het niet noemen. We rapen renners op. Een sprinter met praatjes (over zijn uitslagen) blijkt het toch zwaar te hebben en laat ons gaan. De mannen van TopGear hebben dit uitgeroepen tot de mooiste weg van de wereld. Ik toets hen oordeel, maar deel hun mening tot dusver niet. De temperatuur daalt tot onder de 25 graden nu we de boomgrens kruisen. Het door water, ijs en zweet doordrenkte shirt kan dicht. Het scherm van mijn Garmin toont de resterende 12km aan 7%. Ik ontspan en begin meer te draaien. Samen met een Israëliër ben ik buschauffeur. We komen een kleine vijfentwintig minuten na de winnaar binnen. Net voor de huldiging. Twee van mijn vrienden, waarmee ik vroeger samen koerste, mogen het podium op voor een trui.
Op de parkeerplaats op de top wurmen renners zich in normale kleding, terwijl ze eiwitshakes, stokbroodjes en Haribo’s naar binnen werken. Een enkeling koopt een souvenir, een ander zoekt schaduw op in de tunnel die door de bergkam snijdt en twee flanken van de Transsylvaanse Alpen met elkaar verbindt. Dit was de slotklim van de koninginnenrit. De Transfaragan Highway naar Balea Lac. Schitterend en voldaan slingeren we naar het dal. De berg wordt weer teruggegeven aan de beren, die ik jammer genoeg niet gespot heb. Een reden om nog terug te keren.













Nu vakantie!!😍