Na de koers...
15 juli 2024 - Gusen, Oostenrijk
De ochtend na de koers is alles weer zoals het was. De nomaden zijn vertrokken. Een deel per vliegtuig naar een volgende koers, trainingskamp of huis, een deel per auto, waaronder ik. Bij de Roemeens-Hongaarse grens staan we in de rij achter het wagenpark van Q36.5. Een naam die alles behalve lekker bekt. Nadat we deze caravaan passeren is alle verbintenis met de Sibiu Cycling Tour verdwenen. Zelfs mijn kaderplaatje is eraf gewaaid. Te midden van de Hongaarse graanvelden slurpen wij een traditionele goulash soep. Volgens reclameborden is het wegrestaurant de perfecte stop voor Turkse reizigers. Een paar maanden eerder kwam deze plek ook op mijn pad toen we naar de politieke-propaganda-koers Belgrado – Banja Luka reisden. Een koers om de Servische Republiek te eren. De dagen die volgden dompelde ik mij onder in het culturele erfgoed van Budapest. Alle sportieve plannen werden overboord gegooid door de hittegolf. Op Strava uploadden concurrenten imposante ritten. Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat niet fietsen ook wel eens goed is. Zeker na een zware meerdaagse.
Inmiddels zijn mijn ouders en ik neergestreken bij Linz. Een regio die mij, als eerste jaars belofte, in 2019 een tik gaf. In de tweede etappe van de Oberosterreich Rundfahrt loste ik op het moment dat de oud-Oostenrijks kampioen Matthias Krizek (een zeer geschikt figuur voor Uit Koers 3 van Frank Heinen) alle tijd nam voor een sanitaire stop. Nadat ik verplicht twee finalekokers (met zoveel rotzooi erin dat je er beslist maar een per dag mag nemen in verband met het risico op hartklachten) moest nemen van mijn toenmalige mekanieker, reed ik uren door niemandsland. Ik volgde de pijlen op de weg, want seingevers gingen er vanuit dat er niemand meer zou komen. Een voorrijmotor had ik niet, alleen een bezemwagen nog als volgeling. Nu fiets ik weer solo door dezelfde regio. Ditmaal met oog voor de schitterende omgeving. Wanneer men de colonnes senioren langs de Donau-Radweg verlaat en het binnenland induikt is er niets dan leegte en goed asfalt. Sommige knikjes zijn steil, gemeen en branden in mijn dijen. Andere heuvels zijn zo glooiend alsof de teletubbies plotseling kunnen opduiken.
Per ongeluk mis ik de afslag van mijn route. De weg loopt vies omhoog en na een paar honderd meter besluit ik te keren. Als ik driehonderd meter was doorgereden stond ik midden in het voormalig concentratiekamp Mauthausen. Niet veel later rij ik langs een beek. Onwetendheid. De Todesstiege slechts vijftig meter van mij verwijderd. Bomen blokkeren mijn zicht. De afgraving in de berg kan ontstaan zijn door erosie van de Donau. Dat hier een duizenden mensen zijn gemarteld en gestorven lees je niet af aan de natuur. Zeker een renner die om de tien seconden naar zijn vermogen kijkt mist veel. Ik begin monumenten te herkennen. Bij een colastop aan de Donau lees ik dat er nog veertig sub-kampen te vinden zijn in deze omgeving. Niet te bevatten, maar ik moet door. Er staat vijf uur in het trainingsschema. De weg naar Mauthausen is een steile heuvel, zou ik de KOM aanvallen? Een belachelijke gedachte. Toch schuil ik mij niet achter mijn onwetendheid, het is te nadrukkelijk aanwezig. In het tsjirpen van de vogels, het zoemen van de bijen, het waaien en kraken van de takken, alles botst met de geschiedenis van de regio. Ik weet het. Ik weet het nu, herken het overal, maar kan het niet bevatten.









Indrukwekkend hè?😒