Het Nederlands Kampioenschap
24 juni 2024 - Arnhem, Nederland
De dag waar ik maanden naar uit keek brak aan. Het NK wielrennen over mijn trainingsgebied rond de Posbank bij Arnhem. 9 rondes over de Posbank gevolgd door 7 rondes in Arnhem die samen 200km vormen. Familie en vrienden aan de kant op een zomerse zondag.
Om 12:50 vertrokken we op de Markt in Arnhem. Weer in een peloton met oude ploeggenoten die net uit de Giro of de Ronde van België komen. De koers begon in Velp. Gelijk 55-60ph. Hartslag door het dak op de eerste publiekloze beklimming van de Posbank. De natuur heeft nog nooit zo’n rustige zomerdag gehad. Het eerste rondje reden we met bijna 48km/pu gemiddeld. Het ging te hard om na te denken. De Veluwezoom vloog voorbij. Ik volgde, kwam langzaam in mijn kracht en probeerde zo zuinig mogelijk op het lint eraan te hangen. Het doel is finishen, daarvoor moet ik mijn kruit drooghouden.
Na drie rondes schoof ik langzaam op. Jongens losten en lieten gaten vallen. In de afdaling op een klinkerweg “tak!” Mijn zadel klapte naar voren. Kut… kracht zetten gaat zo niet en het valt niet stil. Er is geen kopgroep weg, de koers gaat hard en ik moet nu van fiets wisselen. Het duurt lang… Renners halen me in in de hoop nog aan te sluiten bij het peloton, terwijl ik met mijn hand in de lucht naar de jury gebaar dat ik een fietswissel nodig heb. Daarnet vloog de tijd, nu lijkt hij stil te staan. In een ooghoek zie ik mijn vrienden die speciaal kwamen om mij aan te moedigen. Ondanks pech, voel ik schuld. Niet terecht, maar een gevoel is niet altijd terecht. Een paar minuten later wissel ik en probeer ik achter de auto terug te komen. We rijden 65, vooraan 55 in het peloton, inlopen gaat traag. Onderaan de Posbank zit ik weer tussen de auto’s, maar terugkomen blijkt kansloos. Ik haal nog wat geloste renners in, maar een ronde later is het klaar. Even weg van de mensen, de teleurstelling verwerken. Eraf gereden worden na 150km omdat de wereldtop te hard rijdt is niet erg, na 65km uit koers zijn in je thuiskoers door materiaalpech is zwaar klote.
Wielrennen is leven van teleurstelling naar teleurstelling. De momenten van euforie tussendoor zorgen ervoor dat je de volgende teleurstelling weer kan incasseren. Een dag later kijk ik vanuit de trein naar Arnhem naar de weg waar ik gister nog een fietswisselde, afzag, en huilde. Vanuit dit perspectief van de onwetende reiziger is het te relativeren, maar dat maakt het in het moment niet draaglijker.
Het studiejaar zit er bijna op, nog even mijzelf krombuigen over ethische dilemma’s rond klimaatverandering in plaats van over het stuur van mijn fiets. Volgende week reis ik af naar Roemenië voor een vierdaagse profwedstrijd in Sibiu. Op naar een moment van euforie.






Groeten, de kantinebeheerder