Het Plan
17 juni 2024 - Algiers, Algerije
Ik schuif de gordijnen open. Een rots aan de kust, een atletiekbaan omringd met palmbomen en beboste bergen vullen mijn zicht. Mijn poten doen zeer, mijn kleding van de dag ervoor is nog niet helemaal droog, toch gaat het vandaag gebeuren. De laatste, de tiende, etappe van de Tour d’Algerie op het programma. Start en finish in Annaba met twee beklimmingen. Een Eritreeër, Teshome, heeft de leiding en staat 30 sec voor op een Algerijn, Saidi, die vervolgens op de hielen gezeten wordt door Lars (op 38sec). Tot zover de administratie van de top van het algemeen klassement. De vraag is: Hoe gaan we de sterke Eritreeër en zijn topploeg breken? Hiervoor moet ik even terug naar etappe acht.
Bruggen verbinden de stad die gesplitst is door een gorges. Constantine. Eritrea controleert de koers. Een kopgroep laten ze niet rijden. Knechten rijden hun ballen uit de broek. Niemand komt weg. Dom. Ze reageren op demarrages van ongevaarlijke renners voor het klassement, zoals ik. Buiten de stad is het duidelijk. Windtegen en valsplat naar beneden richting de kust. In het wiel spaar je, op kop ga je kapot. Lars tikt me aan. “Begin er maar aan.” Mijn ploegmaat Jaap en ik springen om en om weg. Niet met het doel om weg te rijden, maar om de knechten van Eritrea te breken, uit te putten en de vernieling in te rijden. Het lukt. Na een paar klappen lossen er een aantal op de klim. De gele trui staat op breken. Hij maakt een stuurfout in de afdaling en ik zie hem opkrabbelen vanuit de berm. Hij komt terug, maar alles kost energie. De Algerijn die tweede staat plooide ook. In het sprintje wordt Lars nog 5e en ik 12e van een uitgedunde 1e groep. Dat is leuk, maar vooral belangrijk is dat we erin zijn gaan geloven. We kunnen nog winnen!
Dan was er nog dag 9. Het plan: Eritrea opnieuw breken. Het weer had andere plannen: regen in Algerije. Het gebeurt zelden dus de wegen zijn spekglad. Op een rechte weg voel je alles glijden. Na een uitgestelde start beginnen we droog. Jaap en ik knallen erin! Donkere wolken naderen. Druppels op mijn bril. Uit voorzorg ga ik achterin zitten. Het gaat zo mis... ik voel het. Een renner zet aan, slipt weg. Driekwart van het peloton glijdt, schreeuwt en schaaft over het asfalt. Voorzichtig rem ik terwijl een renner tegen mij aanleunt. Net op tijd kom ik tot stilstand. Mijn ploeg komt er ongeschonden uit, behalve Kenny, die heeft wat schaafwonden. Heel Eritrea lag erbij en ook de nummer twee van het klassement heeft weinig kleding meer over. De wedstrijd wordt geneutraliseerd en we rijden rustig naar Annaba langs publiek dat geen weet heeft van de neutralisatie.
Afijn, dag tien. Saidi zit vol met verband, dus we schrijven hem bij voorbaat al een beetje af. Teshome (de Eritreeër) is de te kloppen man. Na de start beginnen Jaap en ik er weer aan. Jaap komt even weg, maar de belangen van veel ploegen zijn groot vandaag, dus die ontsnapping is van korte duur.
Het plan.
Klim 1: Doortrekken. Vijf kilometer aan 5.5%. Jaap begint en na een kilometer neem ik het over. Eritrea komt naast me rijden. Ik kijk de knecht aan, ik zie zijn ogen, maar hij die van mij niet. Hij stuurt uit. Ik versnel en geef alles wat ik heb. Bovenop zitten er nog een kleine twintig renners in mijn wiel. Lars voelt zich goed, ik heb mijn werk gedaan. Het valt stil en alles komt terug. De eerste tik is uitgedeeld.
Klim 2: Lars gaat zelf. Teshome lost. Saidi blijft er op wonderbaarlijke wijze bij. De Algerijnse doctoren hebben hem goede pijnstillers gegeven. De gele trui verliest minuten, maar Lars krijgt Saidi er niet af. Algerije juicht. Wij ook. Tweede! Toch waren we zo dichtbij, dat voelt mooi en wrang tegelijk.
Twee dagen later hebben we dan eindelijk een rustdag. Het na-tourcriterium van Annaba zit erop en nog een koers te gaan. Het lichaam moet niet in rustmodus schieten, dan ben ik alle spierspanning kwijt. Het plan is om na de busreis even los te fietsen, het lot bepaalt anders. Volgens Google Maps is de busreis van Annaba naar Algiers een kleine zes uur. Een Afrikaanse zes uur. Om 10:00 stappen we in de bus, maar voordat alle auto’s van de caravaan gereed zijn om te vertrekken is het 11:00. Airco werkt niet, maar ramen kunnen open. Na 20km moet er ineens getankt worden en we staan weer ruim een uur stil op een hete parkeerplaats langs de enige snelweg in Noord-Algerije. Achter in de bus is het gezellig, het heeft iets weg van een schoolreisje. Renners vertellen verhalen, er wordt gelachen, gegeten en muziek geluisterd. Ook de Rwandese top-40 komt voorbij.
Halverwege is het lunchtijd. Een oude benzinepomp met een restaurant dat blank staat van de rook krijgt ineens meer dan honderd uitgehongerde wielrenners en stafleden voor de balie. Buiten is de keuken. Binnen bestellen en betalen, een briefje met de bestelling in het Arabisch meenemen naar de chef ondertekend door de andere medewerker als betalingsbewijs. Alle ingrediënten voor chaos. Een grote man met twee zilveren zwaarden snijdt de halfgare shoarma van een rol. Met zijn blote handen draait hij de broodjes om op de grill. Immuun voor de gloeiplaat. Dat er sla op zit, maakt voor deze keer niet uit. De koers is bijna voorbij, het risico op een bacterie kan genomen worden. Die avond bereiken we Algiers. Een surrealistisch gigantisch zakenhotel waar zowaar een pilsje gedronken kan worden op het terras met uitzicht over stad. We filosoferen wat over ethische dilemma’s zoals het ‘trolley problem’ en kruipen in bed, nog een koers, een dag afzien voor ons plezier.
Het centrum van Algiers heeft veel gelijkenissen met een Franse stad. Niet geheel verrassend, maar wel aantrekkelijk. Hoge gebouwen met decoratieve balkons die te smal zijn om erop te staan. De geur van de Middellandse Zee waait door de stad.
Het parcours van de wedstrijd is niet duidelijk. Een routeboek beschrijft een klimomloop buiten de stad, terwijl een ander een criterium langs de ambassades toont. Het laatste blijkt waar. Niemand heeft zin. Algerijnse ploegen hebben frisse renners opgesteld voor deze losse koers en onze benen zijn op. Althans dat denk je. Ik vind mezelf zielig. Hang achterin op het lint en wil naar bed. Optrekken na een bocht voelt als een sprint. Totdat Lars roept: ‘Jip spring eens mee man!’ Fuck, hij heeft gelijk. Na een keer springen voel ik de spanning terugkomen in mijn dijen. Ik ga nog eens, het peloton breekt en per ronde lossen jongens. In de laatste ronde rij ik een prima sprintje en eindig is als 7e! Tevreden fiets ik terug naar het hotel. Een heerlijk resultaat om mee te eindigen. Achteraf was iedereen kapot en hoorde ik bij de beteren in koers. Een mooi leermoment voor de komende wedstrijden.
Als vakantieland raad ik Algerije niet direct aan. De mensen buiten de koers zijn zeer vriendelijk, de culturele sector laat wat te wensen over, het traditionele eten is super, ook al werd het eten elke dag minder na het eerste tophotel, de natuur is divers, maar dat komt vooral omdat het land gigantisch is, echter het avontuur was geweldig. Mijn eerste Afrika-koers zit erop. Niet ziek geworden en onwijs genoten. Een paar weken gaat de druk eraf en dan is het tijd voor het NK in Arnhem! Een thuiskoers over de schitterende Posbank. De gelijkenissen met de Sahara zijn dan ver te zoeken.
4 Reacties
-
WvR, Bruxelles:17 juni 2024Wederom mooi reisverslag. Helaas ook weer een valpartij op de 9e dag. Hoort er kennelijk bij zoals overal …. anders dan vroeger !
-
Jan Tanis:17 juni 2024Heel veel suc6 met het NK! Hoe laat kan ik je supporteren?
-
Jip Steman:17 juni 2024De start is om 12:30 in Arnhem. Dan eerst rondes op de Posbank en later weer in Arnhem. Finish zal rond 17:15 zijn.
-
Ton Steman:17 juni 2024Mooie reportage, je hebt het niet van een vreemde. Ik hoop dat je genoten hebt en ervaringen hebt opgedaan. Bovendien zo zie je nog eens wat van de wereld. We hebben het er nog over. Gr.





